Direct naar Ticketshop

Dwaler 21 - Teaser
Tuesday, 23 August 2016 15:44
Uit Spel informatie:

Op een koude nacht, halverwege januari, tussen Dwaler 20 en de komende Dwaler, kreeg jouw personage een droom. De droom voelde vreemd, als of die niet van jou was. Je weet het eigenlijk wel zeker. Toch voelde deze droom levensecht. Nieuw aankomende personages krijgen deze droom de avond voor zij in de dwaalplaats aankomen.


De wolken zijn ver te zoeken deze avond. Hun afwezigheid geeft de maan, jouw trouwe metgezel, alle ruimte om te stralen te midden van de duistere hemel er omheen. Het licht geeft een haast sereen beeld van de door kronkelende wildernis omheinde opening in het dichte, verstikkende woud. En in het midden zie je haar staan; de grote Es. Zelfs in haar wintersluimering lijkt zij ongekend krachtig. Onheilspellend krachtig zelfs. En immer waakzaam. Haar nog kale takken bewegen heen en weer, terwijl het windstil is, in een rustig, ritmisch en pulserend tempo. Een jonge vrouwenstem onderbreekt de kalmerende stilte: “Een heldere nacht is het niet, Mechthild? De maan staat goed. Vanavond dansen wij” Je draait je om. Het kon er ook maar één zijn geweest die jou zo geruisloos kon besluipen; Isentrud. Haar immer serieuze blik bevestigt wat je al weet. Vanavond is de sabbat.


Langzaam begeven er zich gedaantes naar de opening rondom de stam en wortels van de Frau. De een zet voorzichtige stappen met een nog sierlijke, jonge lichaam. De ander, waarvan grofweg de meesten zijn, zet moeilijke passen met oneven of gedraaide benen. Je ziet Isentrud rond kijken, in afwachting tot de heksenkring compleet is. Pas dan zal men dansen met de onreine geest, temidden van dansende vlammen, dansende schaduwen en onder het heldere licht van de maan. Pas dan zal die Swarze Isentrud, anders zo stil, vol passie om de aanwezigheid van de oude slang vragen en zullen zij hem allen beminnen.


De afwezigheid van Yuria is te merken. Jij weet, ondanks dat niemand het uitspreekt, dat alle heksen vrezen voor de reactie van de meesteres als zij ontwaakt. Niet alleen was Yuria een van haar kleine groep lievelingen, zij was ook - als oud-leerling van de Wilde Vrouw - de overname van Lechheim toevertrouwd. Nu is zij niet meer. En Lechheim staat nog immer. Op wankele poten weliswaar, en genoeg in hun midden die de Es trouw zijn, maar ze staan.


Haar andere lievelingen lijken minder rouwig om het verlies van hun Boheemse zuster. In de langzaam groeiende menigte van schoon en verdraaid vrouwelijk vlees beweeg jij je langzaam dichterbij het centrum. Zoals verwacht staat zij daar. Geen heks zoals jij en je zusters, zij is ouder dan dat. Zij streelt met haar tegenstrijdig jong uitziende vingertoppen de wortels waar die een worden met koude aarde. In haar oude, noorse taal zingt zij tot de slapende Eschenfrau. Om de zoveel zinnen van haar bezwering is er een noot die rillingen over jouw rug doet gaan. De noot is wellicht niet onzuiver, maar desalniettemin akelig verontrustend. Aldinn Manngi wordt zij genoemd. Naast haar staat de groteske homp vlees en spieren dat nimmer haar zij lijkt te verlaten.


Een tweede stem, met een bittere toon, onderbreekt het ijzige gezang. “Hoe lang nog, denk jij, tot ze ontwaakt?” De mismaakte gestalte van Fleur de Frêne trekt jouw blik naar haar toe, hoe graag je ook jouw ogen af wilt wenden. Het schijnt dat, toen zij zich bij de heksenkring voegde, zij zich schone bloem liet noemen. De ironie.. Al snel stond zij echter bekend als Bloem van de Es. De oude noorse heft haar hoofd en draait om. Het potje om haar nek, gevuld met vuile nagels, schudt lichtelijk heen en weer met een subtiel, doch onsmakelijk en dof gerinkel. Met samengeknepen ogen spreekt zij tot de het ranke, door huidvraat verminkte figuur. “Askafroa ontwaakt wanneer de tijd daar is. Wanneer zij vindt dat de tijd daar is..” Naast haar laat de kolossale massa van harde, ruwe huid een instemmende en lage grom klinken.. Even hangt er een stilte in de lucht. Dan likt Fleur de Frêne de droge, gebroken wormen die voor haar lippen door moeten gaan. “En dan? Wat zal zij doen als zij weet dat de dwalenden aan de Lech de koudste nachten in veilige warmte hebben doorgebracht?” “Denk echt jij dat ze dat niet al weet, dat zij dat niet voelt?” “Ik denk niet dat zij blij zal zijn” “Trouwens, de koude doden die ík op ze heb los gelaten zijn nog immer ongebroken.” “Maar die jij zelf ook niet kunt stoppen” “Zwijg, wat weet jij er van. Daarbij rijken haar wortels nu verder dan ooit tevoren. Dwalende wezens vluchten of sterven daar waar haar wortels zich voeden en..” “Jullie vergeten,” onderbreekt Isentrud, “dat tijd aan onze kant is. De Eschenfrau is ouder dan ons allen bij elkaar. Zij zal geduld hebben. En Lechheim en haar inwoners betekenen niks. De mensen die haar geheimen wisten zijn generaties terug al tot stof vergaan. Stuk voor stuk naar hun hemelrijk, hellevuur of grote hal…”


Je voelt dat dit jouw moment is, jouw kans om je tot de binnenste van de kring te rekenen. Voorzichtig open jij je mond: “En de licht elven, zusters? Die worden immers ouder dan de mens.. Zijn er geen licht elven meer, in de oude Deense bossen?” Alle blikken wenden zich strak op jou. Zij die zich Fleur de Frêne laat noemen beweegt haar gezicht tot er tussen het aangetaste vlees en etter een glimlach ontstaat die je liever niet had gezien. Het is echter Aldinn Manngi die tot jou spreekt: “Mechthild.. Maak jij je daar maar geen zorgen over..” Dan stapt die Swarze Isentrud naar voren. Haar stem klinkt kalm, beheerst. “Nee, maak jij je maar wél zorgen.” Ze kijkt je regelrecht aan, in jouw ogen en dwars door je heen. “Ik zie, Mechthild, dat je niet alleen bent” Je weet niet wat ze bedoelt. Vragend en angstig kijk je in het rond. Isentrud stapt geruisloos achteruit en wenkt naar Aldinn Manngi. Plots vliegt een arm van haar gespierde beest richting richting je borst. Alle adem ben je in een klap kwijt. Je zakt tot de grond. Alles begint te duizelen.. Het bos, de maan en de donkere hemel draaien boven je.. Alles gaat zo snel.. Aldinn Manngi hurkt naast je en pakt je hand. Waarom doen ze dit? Ze zet haar tanden aan je vinger top en in scheurt in één beweging je complete nagel er af. Een helse pijn. Terwijl het bloed over je arm druipt gaan haar tanden naar de volgende vinger.


De grove vleesmassa aan haar zij beweegt zijn logge voet tot vlak boven je ogen.


Mechthild voelt niet meer wat er dan gebeurt.


Jij nog wel.

Alles is zwart.